… the moon gazed on my midnight labours, while with unrelaxed and breathless eagerness, I pursued nature to her hiding places.

Frankenstein! De kracht van het verhaal


Als museumman ben ik een groot liefhebber van verhalen. Er zijn een paar klassieke verhalen: verhalen die steeds opnieuw in een andere vorm worden verteld. Niet omdat ze niet ‘af’ zijn maar omdat ze raken aan universele thema’s die telkens vanuit een nieuwe invalshoek worden belicht. Iedere maker vormt ze opnieuw naar zijn eigen visie en het tijdperk waarin ze leven. Het verhaal van Frankenstein is zo’n klassiek verhaal.

“…een verwilderde jongen die geboren is uit het door straling aangetaste hart van Frankensteins monster, terwijl een ondergrondse dinosaurus het Japanse platteland teistert.”

Mijn eerste kennismaking met Frankenstein was via Young Frankenstein (1974) van Mel Brooks. In deze parodie speelt Gene Wilder de maniakale Victor Frankenstein. Ik ben een fan van Gene Wilder, die natuurlijk de geweldige Willy Wonka speelt in Sjakie en de Chocoladefabriek (1971, maar het is Marty Feldman, die op weergaloze wijze Igor de excentrieke assistent van Frankenstein speelt, die de film draagt.

Young Frankenstein is een komische film, maar het universele verhaal van Frankenstein leent zich ook voor horror, science fiction en zelfs romantiek. Op IMDb staan meer dan 100 titels met Frankenstein in de naam! Zoals de Japanse film Furankenshutain tai Baragon (1965), omschreven als: “…een verwilderde jongen die geboren is uit het door straling aangetaste hart van Frankensteins monster, terwijl een ondergrondse dinosaurus het Japanse platteland teistert.” Dan zijn er nog films zoals Weird Science (1985), waarin twee pubers met hun computer een vrouw maken (Kelly LeBrock!), die gebruik maken van de thematiek maar geen directe verwijzing naar Frankenstein maken.

Frankenstein op IMDb

De bekendste verbeelding blijft waarschijnlijk Frankenstein (1931), met Boris Karloff als het iconische monster met het platte hoofd en bouten in zijn nek. Een beeld dat zo sterk is geworden dat veel mensen denken dat het monster zelf Frankenstein heet, terwijl dat natuurlijk de naam van zijn maker is. In de film I, Frankenstein (2014), waarin Aaron Eckhart het monster speelt, komt Victor Frankenstein al helemaal niet meer voor. Hij is al eeuwen dood, terwijl het monster voortleeft en terechtkomt in een epische strijd tussen goed en kwaad om zijn DNA en het eeuwige leven. Wat al deze versies laten zien, is dat Frankenstein geen vaststaand verhaal is, maar een raamwerk. Een idee dat telkens opnieuw wordt ingevuld.

It was on a dreary night of November that I beheld the accomplishment of my toils. With an anxiety that almost amounted to agony, I collected the instruments of life around me, that I might infuse a spark of being into the lifeless thing that lay at my feet.

Vorig jaar kwam de film Frankenstein (2025) van Guillermo del Toro uit op Netflix. Iedereen die iets heeft met fantasy zou bekend moeten zijn met de films van Del Toro. Hij is vooral bekend van Pan’s Labyrinth (2006), maar ook van Hellboy (2004) en The Shape of Water (2017). Del Toro heeft een geheel eigen visuele stijl, dus ik was heel benieuwd hoe hij zo’n klassiek verhaal zou aanpakken. In die zin stelt de film zeker niet teleur.

De film ziet er prachtig uit, maar wat Del Toro vooral mooi weet te vangen in zijn versie is hoe Victor en het monster, als een soort yin en yang, met elkaar verbonden zijn. Victor staat voor de wetenschapper die de natuur naar zijn hand zet, terwijl het monster veel dichter bij de natuur staat maar het leven vervloekt. In een interview vertelde Del Toro dat hij zo veel mogelijk getrouw wilde blijven aan het boek en toen bedacht ik me dat ik dat boek nog nooit gelezen had, dus dat ben ik maar eens gaan doen.

Frankenstein werd eerst anoniem gepubliceerd in 1818, maar in 1831 verscheen een door Mary Shelley sterk herziene versie onder haar eigen naam. Het boek heeft als ondertitel The Modern Prometheus, waarmee het verhaal van Frankenstein in zichzelf ook een hervertelling van een klassiek verhaal is. Het wordt vaak gezien als het eerste echte sciencefictionverhaal: geen magie, maar wetenschap als scheppende kracht. Ik was vooral benieuwd waarin het verhaal dat ik dacht te kennen zou afwijken van het origineel.

Wat meteen opvalt, is hoe weinig er eigenlijk gebeurt. Waar de films vaak draaien om spektakel, geweld en visuele iconografie, is het boek juist ingetogen. Er vloeit nauwelijks bloed. De horror zit niet in wat je ziet, maar in wat je voelt: een constante dreiging, een gevoel van naderend onheil dat de hoofdpersoon als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangt. Ook de manier waarop het monster wordt neergezet is anders. Frankenstein noemt zijn creatie geen ‘monster’, maar “wretch” ellendeling. Dat woord draagt medelijden in zich. Het schepsel is niet alleen afschrikwekkend, maar ook tragisch, verstoten en alleen.

Het grootste verschil zit misschien wel in de beroemdste scène: het moment waarop het monster tot leven komt. In vrijwel elke verfilming is dit een groots spektakel. Een kasteel, een storm, bliksem die door machines wordt geleid, een explosie van licht en geluid. Het moment waarop de mens letterlijk de krachten van de natuur naar zijn hand zet.

It was already one in the morning; the rain pattered dismally against the panes…

Maar in het boek? Daar gebeurt het in stilte. Op een zolderkamer. In één alinea.


Geen bliksem. Geen donder. Slechts een ‘spark’ een vonk. Niet zozeer fysiek, maar bijna symbolisch: de vonk van leven.

… and my candle was nearly burnt out, when, by the glimmer of the half-extinguished light, I saw the dull yellow eye of the creature open; it breathed hard, and a convulsive motion agitated its limbs.

Op dit moment draait in de bioscoop The Bride! (2026) van Maggie Gyllenhaal, waarin Christian Bale het monster (Frank) speelt, dat in het Chicago van de jaren 30 aan Dr. Euphronius (Annette Bening) vraagt om hem te helpen een metgezel te creëren. Iets wat in het boek ook een belangrijke rol speelt. In de film blazen ze leven in een vermoorde vrouw als de bruid (Jessie Buckley). Daarmee verschuift het perspectief nog verder: daar staat niet langer Frankenstein of zijn monster centraal, maar de bruid. Het verhaal wordt opnieuw verteld, dit keer als een reflectie op identiteit en autonomie.

Elke versie legt een ander accent. Elke maker stelt een andere vraag. En dat brengt me terug bij die ene alinea. Die ene ‘spark’. Misschien is dat wel waar het echt om draait. Niet alleen in het verhaal zelf, maar ook daarbuiten. Want uit die ene vonk, uit Shelley’s oorspronkelijke idee, zijn al die andere verhalen ontstaan. Steeds opnieuw geïnterpreteerd, vervormd, uitgebreid. Alsof het verhaal zelf tot leven is gekomen. En misschien is dat wat goede storytelling uiteindelijk doet: niet iets afronden, maar juist iets in gang zetten. Iets dat blijft groeien, veranderen en voortleven.

Net als het monster.