Fenix is fris, mooi en straalt rust uit, met een klein randje van dat ruige dat Rotterdam kenmerkt.

Ja, ik ben er geweest en natuurlijk heb ik er wel een mening over.

Laat ik beginnen door te zeggen dat ik (de?) Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie in Rotterdam, een geweldige plek vind. In één klap is de stad een museum rijker, wat kan concurreren met de Kunsthal, Boijmans en andere internationale musea. Alles eraan is goed gedaan. Van de gebruikte kleuren, die consequent overal zijn doorgevoerd, de materialen, tot aan de denim kleding van de medewerkers. Alles heeft aandacht gekregen en straalt kwaliteit uit.

Ik zou alleen al een lyrisch stuk kunnen schrijven over de vitrines, die door het gebruik van ranke naden heel mooi loskomen van de achtergrond.

(Kunst)Museum?

Natuurlijk hebben meerdere mensen en media al een mening gegeven, die gingen vooral in op het thema (migratie), of witte mensen daar wel iets over mogen zeggen (nee), de aangeschafte kunstwerken (duur) of de mate waarin het museum is bekostigd met particulier (haven) geld. Maar ik heb nog weinig echt inhoudelijke reacties gezien. Ik begreep dat het idee van een museum over migratie, toen nog onder de naam het Landverhuizersmuseum, al stamt uit 2016, maar dat later is besloten dat het een kunstmuseum moest worden met als thema migratie. Daar wringt het volgens mij, want voor mijn gevoel hinkt het museum nog steeds op die twee gedachten.

“In de tentoonstelling Alle Richtingen vind je de collectie van Fenix: een verzameling kunstwerken van meer dan honderd kunstenaars van over de hele wereld.”

Op de begane grond van het museum zijn twee vaste tentoonstellingen: The Family of Migrants, een goed geredigeerde fototentoonstelling ingedeeld in Vertrek, Reis en Aankomst en Het Kofferdoolhof: een labyrint van tweeduizend gedoneerde koffers waar je via een audiotour kunt luisteren naar verhalen. Op de eerste verdieping vind je de tentoonstelling Alle Richtingen. Deze wordt geduid als de openingstentoonstelling, wat de indruk wekt dat deze tijdelijk is. Daar worden kunstwerken losjes gegroepeerd onder de subthema’s: identiteit, thuis, grenzen, werk, vluchten en geluk.

Daar gaat het al enigszins scheef. Het zijn namelijk niet alleen kunstwerken die getoond worden, daartussen staan ook voorwerpen die meer een cultureel-historische waarde hebben. Zo is er een scheepskompas, een paspoort van een statenloze en een Borderel. Een geldwissel voor een vergoeding aan een Surinaamse plantage eigenaar voor het vrijmaken van zijn slaven. ‘Over compensatie voor slaafgemaakten werd niet gesproken.’ Staat er droog onder.

Een simpel stoeltje

Mijn blik bleef hangen op een stoeltje. Een zeer eenvoudig houten stoeltje, zoals je die vroeger in veel keukens vond, met daarin gebrand de letters ‘RE’. Deze letters staan voor Rijks Eigendom en het blijkt een stoeltje te zijn dat in een opvangkamp voor Molukkers heeft gestaan.

Het stoeltje krijgt dezelfde 50 tot 75 woorden die alle werken tot hun beschikking hebben, en daarmee doet dit stoeltje het verhaal erachter volkomen te kort. Hoe wij Nederlanders de Molukkers hebben behandeld is een grote vlek op onze geschiedenis. Dat verhaal verdient een eigen museum, en ik begrijp dat dat hier niet mogelijk is, maar om het te reduceren tot één alinea en één object is eigenlijk een belediging.

Normaal gesproken moet je het doen met een titel, de kunstenaar en eventueel nog een omschrijving van gebruikte materialen, maar hier wordt veel extra informatie gegeven, soms zelfs een omschrijving van wat de kunstenaar met het werk bedoeld heeft.

Aan de andere kant zijn er de kunstwerken. Sommige zijn echt spectaculair. De Refugee Astronaut IX van Yinka Shonibare is een prachtig object: een astronaut gehuld in de kenmerkende Vlisco-stof, een stof die in Nederland wordt gemaakt op basis van de Indonesische Batik-techniek die vooral populair is in Afrika. Als dat geen mooi verhaal is…

Schilderijen, sculpturen, fotografie en videokunst wisselen elkaar af. Je kan je afvragen of een kunstwerk als Home van Hans op de Beeck, een sculptuur in grijstinten van twee oudere mensen voor een huis, onder het thema ‘thuis’, past in een museum over migratie. Maar het is absoluut prachtig.

Opvallend is dat de beschrijving bij de kunstobjecten dan weer heel uitgebreid is. Onder de fantastische fotoserie Carpoolers van Alejandro Cartagena (Mexicaanse arbeiders in hun pick-up trucks van boven gefotografeerd) staat: “De achterbakken lijken op het eerste gezicht identiek, maar ze vertellen allemaal een eigen verhaal.” Dat lijkt me nu juist iets wat een bezoeker prima zelf kan ontdekken en wat hij niet hoeft op te lezen.

Medewerkers vragen bezoekers soms of ze wel een kaartje hebben. Als het antwoord daarop ‘ja’ is dan is het daarmee ook af.

Allemansvriend

Één ding heeft Fenix heel goed gedaan en dat is laagdrempeligheid. Het voelt eigenlijk helemaal niet als een ‘echt’ museum. Het voelt als een plek waar je gewoon even binnenloopt en dat zie je ook aan de diversiteit van het publiek. Nog steeds overwegend wit, maar zeker niet alleen, én van alle leeftijden.

Als ik al een opmerking zou hebben dan is het dat Fenix misschien wel iets te veel een allemansvriend is. Goede kunst kan je inspireren en doen verwonderen, maar mag ook zeker emotioneren of zelfs choqueren. Een beetje zoals de Untitled (Gate) van Shilpa Gupta. Een zwaar metalen hek dat ieder half uur met een klap open slaat, zodat iedereen weer even bij de les is. Graag iets meer van dat dus.